woensdag 19 augustus 2015

De “Eigendomskwestie” van een ……… kadaver


Nog voor de oprichting van de NTF kwamen de eerste juridische vraagstukken al boven water: namelijk het probleem van de eigendomskwestie:

Dit probleem werd meteen al in 1922 door de Keuringsveearts aangestipt. Hij schrijft namelijk
Zooals het nu gaat, kost het de gemeente zoo goed als niets. De cadavers worden ter plaatse begraven, onbruibaar gemaakt voor menschelijk of dierlijk voedsel met creolin en de zaak is daarmee afgeloopen. De eigenaar van het cadaver verzet zich daartegen niet, omdat het corpus delicti voor hem absoluut van geen waarde is. Iets anders wordt het, wanneer het verwerkt zal worden tot vleeschmeel, Daardoor krijgt het cadaver eenige waarde en de mogelijkheid bestaat nu mijns insziens, dat de eigenaar zich tegen een verwerking   van mening, dat u deze werkwijze verreweg de goedkoopste zijn.enr en Bergum vallen, lees ter hand te gaan nemen.  tot vleeschmeel en dergelijke zal verzetten. Hier is naar mijn oordeel een rechtskundige kwestie op te lossen, of de gemeente zich die cadavers mag toeeigenen om ze daarna af te staan aan de heer Nijveen, of dat ze verplicht zal zijn de eigenaars schadeloos te stellen….

Er zou een hele juridische discussie volgen:

Zo eisten de Vleeswet en de Veewet immers niet meer dan een ONBRUIKBAARMAKING voor voedsel voor mens en dier van dood vee (en van afgekeurd vlees). De wet vroeg slechts een BEWERKING en NIET de ALGEHELE VERNIETIGING  met daarbij – logischerwijs - het verlies van  eigendomsrecht. 

Er kon beweerd worden dat, na de bewerking in de fabriek, de onbruikbaarmaking is afgelopen. Dit zou kunnen betekenen dat volgens de Grondwet de oorspronkelijke eigenaar van een kadaver, ook de eigenaar van het resterend product blijft.

Met behulp van het Burgerlijk Wetboek kon men daartegenover  echter stellen dat door de bewerking een nieuwe stof is ontstaan (namelijk vet en diermeel). Die nieuwe stof blijft dan, volgens het Burgerlijk Wetboek, het eigendom van de fabrikant, in wiens fabriek die bewerking is gedaan. In dat geval is deze nieuwe eigenaar wel verplicht om de oude eigenaar een vergoeding te geven van de grondstof. En die grondstof was …..  een waardeloos  kadaver.

Uiteindelijk wordt geconstateerd dat “ Meerdere rechtsgeleerden zijn, zooals uit hunne adviezen is gebleken, van oordeel,  dat deze eigendomskwestie niet bestaat", terwijl het ook bekend is dat men aan het Ministerie overweegt eene regeling te maken die de bezwaren,  voorzoover ze  bestaan, uit den weg zal ruimen.

In elk geval behoeft dus dit punt niet in den weg te staan aan voorloopige verdere      ontwikkeling van de plannen”


bron Wikimedia Commons/File:Iustitia.svg

donderdag 6 augustus 2015

Niet de NTF maar de Eerste Friesche Lijm- en Vleeschmeelfabriek" te Wolvega

De NTF was niet het eerste destructiebedrijf in Nederland ……..

Nee want de “Eerste Friesche Lijm-en Vleeschmeelfabriek” aan de Schipsloot in Wolvega was er eerder. In dit bedrijf, dat in 1917 werd opgericht en waarvan de fabriek in al 1920 werd gebouwd  verwerkten ze kadavers tot lijm, vlees- en beendermeel. Mede door de slapte in 1921 in de markt voor vleesmeel en de daarmee gepaard gaande overproductie, moest het bedrijf in januari van dat jaar van de 50 mensen al 25-30 man tijdelijk ontslaan. De grote brand van januari 1922 heeft het bedrijf uiteindelijk de nekslag gegeven, waardoor het in maart 1923 werd geliquideerd. In juli van datzelfde jaar werden de gebouwen en installaties, waaronder een “kostbare cadaververwerkingsinstallatie”, geveild. Volgens mijn informatie is de genoemde kadaververwerkingsinstallatie een “IWELL-Laabs”.

Ik ben heel benieuwd of iemand mij blij kan maken met bijvoorbeeld foto’s, tekeningen, het genoemde veilingboekje of andere aanvullende informatie over de Eerste Friesche Lijm- en Vleeschmeelfabriek. Als dat zo is kunt U mij mailen op cat.1.boekje@kpnmail.nl



 Nieuwsblad van Friesland van 19 nov. 1920

 Leeuwarder courant van 23 juni 1923. 


zondag 19 juli 2015

Amor en kadaverbakken

Het leeg halen van de bekende betonnen kadaverbakken was niet altijd zonder gevaar. Toen er een kalf uit de bak gehaald moest worden, ging de betrokken chauffeur van de NTF “even”in de bak staan. Hoewel hij het deksel ervan wel had vast gezet, stond er een zo’n harde wind, dat het deksel toch dicht woei en de in de bak opgesloten chauffeur met geen mogelijkheid het deksel weer open kon krijgen. De arme kerel heeft dik een half uur bij het kalf in de bak gelegen totdat zijn hulpgeroep werd gehoord hij werd bevrijd.

En Amor dan?? Wat heeft die nou met die bakken van doen??
Op mijn lezingen hoor ik nog al eens, dat in de nodige dorpen de dorpsjeugd vroeger de kadaverbak als ontmoetingsplek gebruikte. Je kon daar namelijk zo mooi bovenop zitten. Voor Amor een heel geschikte plaats om met zijn pijlen menige romance te laten beginnen……………...

Bron: NTF-brochure 1993

dinsdag 14 juli 2015

Verkoopadvertentie van de NTF uit 1928 (Nieuwsblad van Friesland)



Behalve het onschadelijk maken van kadavers moest er natuurlijk ook verdiend worden.Ze werden omgezet in onschadelijke producten voor bijvoorbeeld diervoeders. Dat kon toen nog prima, omdat er nog geen BSE beter bekend als de gekke-koeien-ziekte was en alle ziektekiemen in het destructieproces geheel werden vernietigd.


woensdag 27 mei 2015

Destructie toen en nu .....

Wat en verschil…
Rond 1895 kon de grootste destructie installatie van Podewils 3500 kilo slachtafval en afgekeurd vlees per etmaal verwerken. De autoclaaf was 3,5 m. lang en had een diameter van 1,5 m  Dat was toen al heel wat. Kadavers moesten van te voren eerst worden verkleind, wat toen nog helemaal handmatig gebeurde.

Rond 1903 kreeg het slachthuis van Utrecht een “Podewils”  van 1,5 m lang en 1 m diameter. Hierin paste 600 kilo slachtafval en afgekeurd vlees. Per week verwerkten zij hiervan in twee dagen (van 12 uur) in het totaal 1200 kg..

Destructieinstallatie van Podewils uit 1895
Bron: 1908 Heft 139 App. und Transportwagen zur Verwertung von Tierkadavern  p. 11

                              

 
Nu zijn  er verschillende leveranciers met installaties van 10-15 ton per uur (en wellicht nog meer)  De lengte van zo'n hedendaagse destructieautoclaaf of "cooker" varieert ongeveer van 13 tot ruim 15 meter en de diameter kan oplopen tot een dikke 4 meter!
Deze "doet" die 60 ton, waar “Utrecht” een jaar over deed in ca 6 uur………


Bron:  bergamomia_it%2000


donderdag 26 maart 2015

De aftrap voor deze site


 Voor zover dat bij U, lezer, bestaat eerst maar even een misverstand uit de wereld helpen:
Er wordt niets vernietigd maar
Een destructie bedrijf is – simpel gezegd – een bedrijf, dat kadavers en dergelijke onschadelijk maakt en omzet in nuttige producten. Vandaag de dag zijn dat vaste en vloeibare (bio)brandstoffen voor onder andere energiecentrales.
We hebben in Nederland tegenwoordig nog maar één destructiebedrijf. Maar dat is niet altijd zo geweest. Rond de Tweede Wereldoorlog was er so-wie-so één in  bijvoorbeeld Winterswijk, Purmerend, Burgum, Midwoud, Schagen, Hansweert, Son en Dordrecht. Daarnaast hadden ook de nodige slachthuizen hun eigen destructie-apparatuur voor het onschadelijk maken en verwerken van hun eigen slachtafval.

Die bedrijven en bedrijfjes hadden met elkaar een rijke geschiedenis, waarvan het de bedoeling is, dat op deze site met artikeltjes en plaatjes de revue laten passeren. Het zal alleen niet altijd in chronologische- of bedrijfs volgorde gebeuren. 

  

Eigen foto Anne-Marie Oudejans

woensdag 25 maart 2015

Onder constructie

Deze site over de geschiedenis van de destructie in Nederland is onder constructie :-)